Kompassen

Sinds de uitvinding van GPS zijn velen van ons de vaardigheid kwijtgeraakt om te navigeren met een ouderwets kompas en een kaart. Navigeren met de verfrommelde oude kaarten uit het dashboardkastje over de (buitenlandse) snelwegen, proberen de details te ontsleuten terwijl de hectometer paaltjes en afslagen voorbijschieten.

Kompassen worden door wandelorganisaties en de Amerikaanse National Park Service nog steeds beschouwd als een van de belangrijkste hulpmiddelen voor een veilige (terug)tocht, alleen is het dan wel handig dat je deze ook kunt gebruiken. Hier lees je hoe je ermee kunt beginnen.

Verschillende soorten kompasen

Navigatiekompas

Karabinerkompas Compact 50

Plaatskompas

Plaatkompas

Spiegel- of peilkompas

Peilkompas

Elektronisch kompas.

In GPS’en, sporthorloges en smartphones zit steeds vaker een elektronisch kompas ingebouwd. Die zijn qua gebruik te vergelijken met een navigatiekompas. Groot verschil is dat een klassiek kompas geen batterij heeft en dus ook nooit op is.

Een GPS kan eigenlijk maar 1 ding en dat is vertellen waar je bent. Je oriëntatie, dus welke kant je opkijkt en welke kant je op moet, kan een GPS pas bepalen zodra je beweegt. Met een elektronisch kompas kun je ook als je stilstaat je oriëntatie bepalen.

Het Noorden

De naald van een kompas wijst in principe richting noorden. Ongeveer. Het magnetische noorden van de aardbol wijkt namelijk af van het geografische noorden. De naald wijst dus zelden richting de noordpool. In Nederland is de afwijking niet zo groot. De Noordpool ligt ongeveer een graad (1/360 van een cirkel) naar rechts. Naarmate je noordelijker komt, wordt die afwijking groter; zo is de afwijking op IJsland al een graad of 13. Ook is de afwijking afhankelijk van de breedtegraad. En tenslotte beweegt de magnetische noordpool over de aarde. Op dit moment ligt de magnetische noordpool redelijk dicht bij de geografische. De komende jaren zal die langzaam verder weg komen te liggen.

Verstoringen

Het aardmagnetisch veld is vrij zwak en de naald in je kompas vrij gevoelig. De richting die de naald aangeeft, kan sterk beïnvloed worden door verstorende factoren. Denk aan grote metalen voorwerpen (auto), stroomleidingen (hoogspanningskabels, schrikdaad) en andere magneten. Denk bij die laatste ook aan magnetische sluitingen die in rugzakken, jassen, e-readers en tenten gebruikt worden. Dat zijn vrij sterke magneten.

Onderdelen van een plaatskompas

Plaatskompas met uitleg

Grondplaat/basisplaat: een platte, transparante basis die vaak een liniaal of schaalverdeling bevat voor het meten van afstanden op de kaart en een vergrootglas.

Ring/Bezel: een draaibare, ronde behuizing met daarin de kompasnaald, gemarkeerd met een kompasroos/gradenboog in graden (0–360°) en windrichtingen (N, O, Z, W). Handig om te weten: noord is 0° of 360°, oost is 90°, zuid is 180° en west is 270°.

Magnetische naald: een gemagnetiseerde naald die naar het magnetische noorden wijst, vaak rood voor noord en wit of zwart voor zuid.

Oriëntatiepijl/noordpijl: bevindt zich in de ring, onder de naald. Deze wordt gebruikt om de kompasnaald uit te lijnen. Komt overeen met Noord op de ring.

Oriëntatielijnen: lijnen parallel (noord-zuid) aan de oriëntatiepijl in de ring die worden gebruikt om het kompas uit te lijnen met de rasterlijnen van de kaart.

Reisrichtingspijl: een pijl, meestal aan één uiteinde van de grondplaat, die de richting aangeeft waarin u moet reizen bij het volgen van een peiling.

Indicatielijn: een kleine, vaste markering of lijn boven de ring waarop je de peiling instelt.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *